Honderden gasputten moeten in Nederland definitief dicht. Voor een deel van de putten kan dit voortaan veiliger en met minder impact voor de omgeving. Dit komt vooral door een stevige vermindering in het aantal transport bewegingen die van zo’n 80 naar 5 per put kunnen worden teruggebracht. “Veiligheid voorop, impact omlaag.”
Opruimen onder één vlag
In Assen werken NAM, Arcadis en WellGear samen aan een opgave van uitzonderlijke schaal: het opruimen van zo’n 800 voormalige olie- en gasputten op het land, waarvan ongeveer 300 in het Groningenveld. De rest ligt verspreid over heel Nederland, van West-Nederland tot de omgeving van Emmen en Schoonebeek. Het samenwerkingsverband heet SITURN. Dat is geen juridische entiteit, maar een alliantie waarin elke partner zijn eigen kracht inbrengt.
Janny Wilkens, omgevingsmanager externe relaties en communicatie voor SITURN, schetst de rolverdeling. NAM is eigenaar van de voormalige productiesystemen en levert kennis en ervaring op diverse onderdelen in de techniek en in het proces, bijvoorbeeld als het gaat om engineering. Arcadis ruimt de bovengrondse infrastructuur op en herstelt de locaties. WellGear richt zich op het afsluiten van de putten. Het werk strekt zich uit over het hele land en zal naar schatting vijftien tot twintig jaar duren voor de gehele ontmanteling.
Een ander gereedschap voor afbreken
Robert Jan Potze, Team lead Front End P&A design & P&A innovation lead, werkt al bijna acht jaar in wat in vakjargon abandonment heet: het definitief afsluiten van oude putten. Zijn drijfveer laat zich vangen in een beeld. “Als je een huis gaat bouwen, gebruik je daar andere gereedschappen voor dan om het huis af te breken. Op diezelfde wijze kijk ik naar het afsluiten van putten.”
Die filosofie leidde tot een nieuwe technologie: Through Tubing Abandonment, kortweg TTA. Een methode om putten af te sluiten met aanzienlijk kleinere machines en veel minder mensen. “De impact is een stuk kleiner voor de mensen, maar uiteindelijk ook voor de omgeving en voor de uitstoot”, legt de teamlead uit. Dat motto vormt de rode draad in zijn werk.
Van veldtest naar goedkeuring
De ontwikkeling begon rond 2018 in de vorm van early planning. Daarna volgden de eerste veldtesten, en in 2021 en 2022 voerde het team in totaal tien proeven uit. Die testen gingen gepaard met een uitgebreide beoordeling door toezichthouder SodM. “Dit is een techniek die voorheen niet toegestaan was, omdat er zorgen waren over de technologie”, vertelt Potze. “Die zorgen hebben we kunnen wegnemen door succesvolle veldtesten en de bijbehorende engineering.”
Het werd een langdurig traject. In april van dit jaar kreeg het team de definitieve goedkeuring om met de methode te starten. Binnen enkele weken na dit interview ging de eerste echte campagne van start. Een mijlpaal na zeven jaar ontwikkelen, waarbij NAM volgens Potze wereldwijd voorop heeft gelopen in de doorontwikkeling van deze technologie.
Slim gebruikmaken van wat er al is
Wat maakt TTA zo anders dan de vertrouwde aanpak met de grote opruimtoren? Bij de conventionele methode wordt eerst alle verbuizing uit de put getrokken voordat de afsluiting kan beginnen. “Met deze nieuwe methode maken we juist gebruik van die verbuizing om daar onze cementplug mee te plaatsen.” Een omkering van denken: wat in de weg lijkt te zitten, wordt onderdeel van de oplossing.
Daardoor kan het team vrijwel direct aan de slag, terwijl de oude werkwijze eerst tijdrovend en intensief verwijderingswerk vergt. De cementplug zelf komt op zo’n twee tot tweeënhalve kilometer diepte te liggen, in de afsluitende laag boven het gasveld. “We zorgen dat we het gat dat we origineel met de boortoren hebben geboord, weer afdichten op die diepte ter hoogte van de natuurlijke sluitlaag van het gasveld.”
Het aantal transport bewegingen van 80 naar 5
De winst zit in de schaal. Waar de conventionele techniek zo’n 80 vrachtwagens vergt om een operatie uit te voeren, komt TTA toe met 5. Bovendien draait de grote toren in een operatie van 24 uur, wat belastend is voor de omgeving. “TTA is wat bescheidener”, zegt Wilkens. “Het wordt uitgevoerd in dagdienst, tussen 07.00 en 19.00 uur. Veel minder vrachtauto’s, een veel kleinere installatie, veel minder geluid op locatie.”
Daarmee is de methode niet alleen vriendelijker voor de buurt, maar ook efficiënter en dus kostenbesparend. Minder mensen en materieel betekent lagere kosten. Een duurzame afsluiting tegen geringe kosten en met minimale blootstelling voor mens en omgeving.
Niet voor elke put
TTA is geen wondermiddel dat overal past. Voor elke put vindt eerst een screening plaats, met name voor de het opruimen van de complexere putten blijft de toren van WellGear zichtbaar in Groningen en daarbuiten. Natuurlijk wordt er wel gewerkt aan het doorontwikkelen van TTA, zodat deze methode voor een toenemend aantal putten kan worden ingezet.
De ambitie van het Team reikt verder dan TTA alleen. Er wordt hard gewerkt aan technologieën voor een nog grotere scope. Efficiënter worden, kosten en impact reduceren zijn hierbij belangrijke drijfveren. “We willen zorgen dat we alles op een kleine, efficiënte en innovatieve manier kunnen uitvoeren”, vult Potze aan.
Reclame voor de BV Noord-Nederland
De aandacht uit het buitenland voor het opruimen van NAM’s productiesystemen blijft niet uit: “Onder andere uit Brunei en Amerika komen vertegenwoordigers uit de olie- en gasindustrie in de keuken kijken om te leren van de technologie die door ons wordt ontwikkeld en ingezet, maar ook meer begrip te krijgen over het opruimen van de productiesystemen over de volle breedte.”
Deze voorsprong is geen toeval, maar een gevolg van de omvang van het werk. Juist doordat de scope met het Groningenveld zo groot is, ontstaat ruimte om te innoveren én die innovatie terug te verdienen. Potze ziet zichzelf vooral als verbinder. “Je hebt verschillende typen mensen en bedrijven nodig om zoiets te ontwikkelen. Het komt niet van één persoon of één bedrijf.” Bedrijven met goede ideeën nodigt hij nadrukkelijk uit contact op te nemen. De steen ligt in de vijver; de rimpels mogen zich verspreiden. <

