De meetbare aardbeving

27 juli 2017 Economie

Wat gebeurt er onder de grond tijdens een aardbeving? Tijdens het symposium OMEM(Onafhankelijk Meten Effecten Mijnbouw in Middelstum) hebben een aantal vooraanstaande, onafhankelijke deskundigen op hun vakgebied, hier hun visie op gegeven. Dat deze op veel punten structureel afwijkt van de gangbaar gepredikte versie zal u niet verbazen. Wat wel verbazingwekkend is, is dat deze visie opvallend veel verklaringen geeft op schade’s welke volgens de experts van NAM en CVW geen schade zijn, maar volgens bewoners wel. Een veel gehoorde uitspraak hierbij is: “Ik ken mijn huis goed,  deze scheur zat er echt voor de aardbeving echt niet.”

In de ondiepe ondergrond, tot ca. 3 kilometer, spelen zich vele processen af welke nog dagelijks  zorgen voor de aardbevingen ten gevolge van de gaswinning.  De een is voelbaar voor de mens, een ander alleen te meten met apparatuur. Vele factoren zorgen er voor dat de ene locatie en woning gevoeliger is voor aardbevingen dan de ander.  Dit heeft onder andere te maken met de exacte diepte waarop de beving plaatsvond, de opbouw van de ondergrond en de aanwezige obstakels(opslingering) en of er sprake is van liquifaction.

Het hoeft natuurlijk geen uitleg dat een ondiepe aardbeving meer schade aan kan richten bij dezelfde kracht. Nu blijkt dat, door exact te meten, er niet alleen bevingen plaatsvinden op 3 kilometer diepte, maar ook op 2 kilometer diepte. Juist door het ondiepe karakter van de bevingen en de daarbij optredende oppervlaktegolven, schud alles aan het aardoppervlak veel harder door elkaar heen. Door exacter te meten is dit aangetoond.

Bij het exact meten zijn er meer omissies aan te tonen in de huidige algemeen gangbare visie op schade door aardbevingen. In een ideale situatie zou je elke beweging van gebouwen en aardoppervlakte exact vast willen leggen. Daar zijn wereldwijd gebruikte technieken voor zoals Tiltmeters en glasvezelsensoren. Helaas niet in Groningen Daar worden door NAM en overheid versnellingsmeters gebruikt. Deze zijn met name geschikt voor het meten van trillingen op een korte afstand, zoals bij heiwerkzaamheden. Technisch gesproken meten de versnellingsmeters de versnelling van een constructie. Dit is een statische methode waarbij er in 3 richtingen gemeten wordt, de X, Y en Z-as. Is er geen versnelling, maar wel een beweging, dan meet een versnellingsmeter niets. Tiltmeters en glasvezelsensoren daarentegen meten dynamisch en realtime de bewegingen van gebouwen en constructies. Tiltmeters meten ook de hoekverdraaiing van een constructie. Er word er dus meer gemeten over een langere periode.  Hierdoor zijn ook opgebouwde spanningen in een constructie zichtbaar , waardoor er een duidelijk causaal verband te leggen is tussen de aardbeving en de schade. Het is juist de hoekverdraaiing van een gebouw wat voor een deel van de schade zorgt. Bij een gemeten aardbeving, op circa 10 kilometer afstand, blijkt de top van een 9-verdiepingen hoog gebouw maar liefst 10x sterker dan bij Windkracht 8 te bewegen, terwijl een nabijgelegen versnellingsmeter niets meet……

Naast de constructie van het gebouw is ook de ondergrond erg bepalend voor de mate waarin schade aan gebouwen optreed. Ook in dit geval is de ondergrond in het noorden en onze hoogteligging een oorzaak welke een duit in het zakje doet. De hoge grondwaterstand gecombineerd met een slappe ondergrond zorgt voor versterkende effecten van de trillingen. Ook is er  lokaal sprake van een zanderige ondergrond. Dit gecombineerd met een hoge grondwaterspiegel kan zorgen voor liquifaction. Het effect wat je krijgt als je met je voeten in het zand langs de vloedlijn staat. Je wiebelt je tenen heen en weer, het zand wordt vloeibaar, en voor je het weet sta je tot je enkels in het water. Het effect op gebouwen laat zich raden.

De ervaring tot nu toe leert dat juist de factoren welke in het nederlandse gaswinningsgebeid invloed hebben op de schade’s niet worden bij het vaststellen van de schade bij partijen welke door de NAM en CVW worden ingeschakeld. Gelukkig zijn er mensen en bedrijven zijn die wel deze onafhankelijke kennis hebben en dit ook uitdragen en delen.